‘Oogsten’ was het thema van de twaalfde landelijke dag van het programma Circulair Terreinbeheer, op 11 juni 2026 bij circulair centrum De HER in Rotterdam. Na jaren van pilots, onderzoek en samenwerking stond de opbrengst centraal: wat is er geleerd en hoe kan die kennis verder worden gebruikt? In de ochtend bezochten deelnemers een perenkweker in de Hoeksche Waard. In de middag leidde dagvoorzitter Frans Scheepens hen door een programma met plenaire bijdragen en twee rondes werksessies.

Ochtend: excursie naar perenboomgaard

De dag begon met een excursie naar de biologische perenboomgaard van Fred van de Erve in Goudswaard. Samen met Rolf Balvert van GKB Groep vertelde hij over het bedrijf, de toepassing van bokashi als bodemverbeteraar en de ervaringen met de bodem en de perenteelt. Daarna bekeken de deelnemers de boomgaard van dichtbij.
Tijdens de busreis vertelde Bob Klein Lankhorst over ‘Antonie’, een organisatie die gespecialiseerd is in onderzoek naar het bodemleven en de biologische eigenschappen van de bodem.

Middagprogramma: de oogst moet je delen; delen is vermenigvuldigen

Het middagprogramma begon met een welkom door Mark den Oever, algemeen manager van De HER. Hij vertelde dat De HER liever spreekt over ‘doorgeven’ dan over het abstracte begrip circulaire economie: bijna elke gemeenschap geeft spullen al door, zoals babykleertjes, maar bij veel andere materialen spreken we ineens over afval.

Namens de gemeente Rotterdam heette Carolien van Eykelen de deelnemers welkom en blikte terug op hoe Rotterdam in 2017 met bokashi begon. “Dat er nu met zoveel mensen in het land wordt gewerkt om iets wat vanzelfsprekend is ook geregeld te krijgen, vind ik heel erg mooi.”

Simon Moolenaar van Wageningen Environmental Research lichtte toe wat het vijfjarige CT-kennisprogramma bijzonder maakt: de brede samenwerking tussen veel partijen en de circa zestig pilots door het hele land. Onderzoek is volgens hem ook niet meer alleen kennis opleveren en “doe er maar iets mee”. Beleid, praktijk en wetenschap raken steeds sterker met elkaar verbonden.

Joop Spijker overhandigde hem vervolgens een handzame samenvatting van de onderzoeksresultaten, waarna de deelnemers samen op de foto gingen.

Interactieve werksessies

De deelnemers konden kiezen uit de volgende interactieve werksessies:

Resultaten CT Kennisprogramma: fysisch en chemisch
René Rietra, Joop Spijker en Lotte Stokkermans van WUR namen deelnemers mee in de resultaten over organische stof, nutriënten, bodemstructuur, water en productkwaliteit. De belangrijkste boodschap was dat lokale bodemverbeteraars kunnen bijdragen aan de bodemkwaliteit, maar dat de materialen sterk verschillen. De werking hangt af van het product, de dosering, de bodem en de toepassing. Ook werd benadrukt dat goede kwaliteitsborging nodig blijft, vooral voor fysieke verontreinigingen en kiemkrachtige zaden. Lees meer…

Resultaten CT Kennisprogramma: bodembiologie
Gerard Korthals van WUR liet zien hoe bokashi en andere organische bodemverbeteraars doorwerken in het levende deel van de bodem. Vooral bij hogere doseringen werden veranderingen gevonden in de verhouding tussen schimmels en bacteriën en in de aaltjesgemeenschap. Aaltjes bleken soms gevoeliger te reageren dan de micro-organismen. De effecten waren bovendien afhankelijk van grondsoort, gewas, seizoen en moment van meten. Lees meer…

Van pilot naar praktijk in Rotterdam
Carolien van Eykelen, Benjamin Mensinga en Kees de Vette vertelden hoe de Rotterdamse bokashipilot in ongeveer zes jaar onderdeel werd van het reguliere groenbeheer. De toepassing leverde op verschillende locaties minder ongewenste kruidengroei, minder onderhoud en vitalere beplanting op, maar de kwaliteit van het ingezamelde blad bleek daarbij cruciaal.
Verder stelde de gemeente een eigen toetsingskader vast voor bokashi, met voorwaarden voor schoon inzamelen, bewerken, bemonsteren en toepassen. Lees meer…

Werksessie Route Gebruik: ervaringen delen tussen regio’s
De werksessie over de Route Gebruik bracht deelnemers uit verschillende provincies samen: sommigen al ver met lokaal hergebruik van maaisel, anderen nog aan het begin. De rode draad: de praktische organisatie is vaak al ver gevorderd, terwijl juridische duidelijkheid en afstemming met de omgevingsdienst de laatste hobbel vormen. Lees meer…

Plenaire afsluiting: trots op volharding en samenwerking

Aan het einde van de dag stond Frans Scheepens stil bij een bijzonder moment: zoals het er nu uitziet, was dit de laatste landelijke dag van Circulair Terreinbeheer in deze vorm. „Al staat het iedereen vrij om er volgend jaar zelf een te organiseren”, voegde hij eraan toe.

Joop Polvliet, directeur Openbare Werken van de gemeente Rotterdam, noemde zich trots op de volharding van zijn collega’s: “Er zijn veel mensen die hart en ziel in dit project hebben gestoken.”
Daarna kregen sleutelfiguren van CT (waaronder het transitieteam) het podium. Ieder vertelde waar hij of zij het meest trots op is.
De partners uit het onderzoek en de betrokken hogescholen werden bedankt, waarna alle begeleiders van de werksessies naar voren werden gevraagd en een fles perensap uit de Hoeksche Waard kregen. Lees meer…

Interactieve werksessies

De deelnemers konden kiezen uit de volgende interactieve werksessies:

Resultaten CT Kennisprogramma: fysisch en chemisch
René Rietra, Joop Spijker en Lotte Stokkermans van WUR namen deelnemers mee in de resultaten over organische stof, nutriënten, bodemstructuur, water en productkwaliteit. De belangrijkste boodschap was dat lokale bodemverbeteraars kunnen bijdragen aan de bodemkwaliteit, maar dat de materialen sterk verschillen. De werking hangt af van het product, de dosering, de bodem en de toepassing. Ook werd benadrukt dat goede kwaliteitsborging nodig blijft, vooral voor fysieke verontreinigingen en kiemkrachtige zaden. Lees meer…

Resultaten CT Kennisprogramma: bodembiologie
Gerard Korthals van WUR liet zien hoe bokashi en andere organische bodemverbeteraars doorwerken in het levende deel van de bodem. Vooral bij hogere doseringen werden veranderingen gevonden in de verhouding tussen schimmels en bacteriën en in de aaltjesgemeenschap. Aaltjes bleken soms gevoeliger te reageren dan de micro-organismen. De effecten waren bovendien afhankelijk van grondsoort, gewas, seizoen en moment van meten. Lees meer…

Van pilot naar praktijk in Rotterdam
Carolien van Eykelen, Benjamin Mensinga en Kees de Vette vertelden hoe de Rotterdamse bokashipilot in ongeveer zes jaar onderdeel werd van het reguliere groenbeheer. De toepassing leverde op verschillende locaties minder ongewenste kruidengroei, minder onderhoud en vitalere beplanting op, maar de kwaliteit van het ingezamelde blad bleek daarbij cruciaal.
Verder stelde de gemeente een eigen toetsingskader vast voor bokashi, met voorwaarden voor schoon inzamelen, bewerken, bemonsteren en toepassen. Lees meer…

Werksessie Route Gebruik: ervaringen delen tussen regio’s
De werksessie over de Route Gebruik bracht deelnemers uit verschillende provincies samen: sommigen al ver met lokaal hergebruik van maaisel, anderen nog aan het begin. De rode draad: de praktische organisatie is vaak al ver gevorderd, terwijl juridische duidelijkheid en afstemming met de omgevingsdienst de laatste hobbel vormen. Lees meer…

Plenaire afsluiting: trots op volharding en samenwerking

Aan het einde van de dag stond Frans Scheepens stil bij een bijzonder moment: zoals het er nu uitziet, was dit de laatste landelijke dag van Circulair Terreinbeheer in deze vorm. „Al staat het iedereen vrij om er volgend jaar zelf een te organiseren”, voegde hij eraan toe.

Joop Polvliet, directeur Openbare Werken van de gemeente Rotterdam, noemde zich trots op de volharding van zijn collega’s: “Er zijn veel mensen die hart en ziel in dit project hebben gestoken.”
Daarna kregen sleutelfiguren van CT (waaronder het transitieteam) het podium. Ieder vertelde waar hij of zij het meest trots op is.
De partners uit het onderzoek en de betrokken hogescholen werden bedankt, waarna alle begeleiders van de werksessies naar voren werden gevraagd en een fles perensap uit de Hoeksche Waard kregen. Lees meer…