Organische stof is belangrijk!

Wereldwijd, ook in Nederland, vindt bodemdegradatie plaats. Om het tij te keren, moeten we veel beter voor de bodem zorgen. Daarbij is het verhogen van het gehalte organische stof een cruciale stap. Dit draagt onder andere bij aan:

  • Een weerbare en klimaatadaptieve bodem. Organische stof draagt bij aan een betere structuur van de bodem en verbetert de ‘sponswerking’ van de bodem. Op zandgronden is dat direct merkbaar aan het hogere vochtvasthoudende vermogen, waardoor er minder droogteschade optreedt. Op zavel- en kleigronden neemt de kans op verslemping en verdichting af.

  • Betere binding van nutriënten in de bodem.

  • Een rijk bodemleven en een goede bodemstructuur. Een gezonde bodem wemelt van het leven. Bacteriën en schimmels kitten bodemdeeltjes aan elkaar. Wormen mengen en eten organisch materiaal en scheiden dat met kitstoffen uit. Ook graven zij gangen, die zelfs de stevigste klei los kan maken. Door het bodemleven ontstaat er een stabiel en luchtig ‘bodemgeraamte’, dat bestand is tegen erosie of korstvorming. Ook geven de poriën in de bodem plantenwortels de ruimte om te groeien; daarom vind je vaak wortels in wormengangen.

  • Opslag van CO2 in de bodem.

  • Verhoging van de biodiversiteit. Het ‘oogsten’ van grondstoffen (en het dus niet zoals vaak gebeurt laten liggen) zorgt voor verschraling van de bodem en een rijkere flora en fauna.

Hoeveel natuurlijke grondstoffen een bodem nodig heeft verschilt per situatie. Verder is een bodem niet in één klap verbeterd: het is een kwestie van lange adem voordat de resultaten zichtbaar worden.

Methoden van bodemverbetering

De grondstoffen die worden geoogst bij het beheer van terreinen en water kunnen als volgt worden gebruikt voor bodemverbetering:

  • Ze worden vers toegepast, zonder bewerking (bv. het onderwerken van maaisel)

  • Ze worden bewerkt tot bokashi (Japans voor ‘goed gefermenteerd organisch materiaal’). Dit  is een kringloopproduct dat tot doel heeft om de microbiële diversiteit in de bodem te verhogen en planten te voorzien van bioactieve voedingsstoffen, zoals natuurlijke antibiotica, vitamines en aminozuren.

  • Ze worden bewerkt tot compost. Daarbij voeden micro-organismen (zoals bacteriën en schimmels) zich met het maaisel en zetten het om in koolstofdioxide, water en organische verbindingen. Die micro-organismen hebben daarbij zuurstof nodig.

Voor maaisel heeft fermenteren en composteren de voorkeur

Onderzoek wijst uit dat fermenteren en composteren de kwaliteit van maaisel als bodemverbeteraar verbetert. Het leidt tot materiaal met een hoge verhouding tussen koolstof en stikstof (een hoge C/N verhouding). Dit organische materiaal fungeert als een ‘buffer’ en bindt nutriënten aan zich, waarbij stikstof wordt geïmmobiliseerd. Om onkruidzaden geen kans te geven om te kiemen, moet maaisel minimaal 6-8 weken opgeslagen worden (ingekuild of geseald in balen).

De Biomassa Alliantie heeft de sterke voorkeur om maaisel niet rechtstreeks op het land te brengen, maar na fermentatie of als compost. Dit wordt gezien als goed landbouwkundig gebruik. De enige uitzondering hierop is wanneer het maaisel op zeer korte termijn op het land kan worden toegepast (bij voorkeur binnen 2 weken).