Stikstof en fosfaat: rekening houden met tijdelijke vastlegging
De sessie maakte duidelijk dat lokale bodemverbeteraars niet hetzelfde werken als een snelwerkende meststof. De fosfaatbeschikbaarheid was laag en ook van de stikstof kwam maar een deel snel beschikbaar. Bij materialen met veel koolstof kan het bodemleven tijdelijk stikstof uit de bodem gebruiken. Dat werd niet als per definitie negatief uitgelegd, maar wel als iets waarmee een agrariër bij de bemesting rekening moet houden.
In de discussie kwam ook naar voren dat de gemeten werking over meerdere jaren niet één op één overeenkomt met de wettelijke werkingscoëfficiënt, die naar het eerste jaar kijkt. Over een periode van drie jaar mat het team 6 tot 33 procent bij bokashi van maaisel, tegenover 2 procent bij groencompost. De vertaling van getallen naar regelgeving vraagt nog om keuzes.
Een lichtere bodem, maar water blijft een lastig verhaal
Voor de fysische bodemkwaliteit was de verwachting dat meer organische stof zou leiden tot een lagere bodemdichtheid, een groter watervasthoudend vermogen en een betere doorlatendheid. In de gecontroleerde veldproeven werd inderdaad een lagere bodemdichtheid gemeten op behandelde locaties. Een duidelijk effect op het watervasthoudend vermogen kwam daar echter niet naar voren.
In de praktijkpilots hielden behandelde bodems onder natte omstandigheden meer water vast dan de onbehandelde referentiepercelen. Mogelijk komt dat omdat de praktijklocaties vaak al jarenlang en soms met hogere doseringen waren behandeld, terwijl de veldproeven een kortere looptijd hadden en de metingen daar sterk varieerden.
Bij een afzonderlijke proef met bokashi als mulchlaag werd geen aantoonbaar effect op de infiltratiesnelheid gevonden.
Kwaliteit, zaden en juridische vragen
Fysieke verontreinigingen blijven een belangrijk aandachtspunt. Volgens de onderzoekers zijn ze beheersbaar, maar alleen wanneer vanaf de bron zorgvuldig wordt gewerkt en een goed kwaliteitssysteem wordt gebruikt. Ook werd gemeld dat het proces niet leidt tot een verhoogd risico op azoolresistente Aspergillus fumigatus.
Over kiemkrachtige zaden ontstond een levendige discussie. In het merendeel van de onderzochte materialen was geen of weinig kiemkracht gevonden. Tegelijkertijd waarschuwden deelnemers om bij invasieve soorten, zoals Japanse duizendknoop, geen onnodig risico te nemen en zulke stromen gescheiden te houden. Een deelnemer vroeg om duidelijker onderscheid te maken tussen toepassing in het openbaar groen en in de landbouw.
In de discussie kwam ook de onzekerheid aan bod voor gemeenten die na afloop van een pilot verder willen. Als tijdelijke mogelijkheden werden samenwerking met een omgevingsdienst en verlenging binnen het onderzoek genoemd. Ook de Rotterdamse zelfbeoordeling kwam ter sprake als een mogelijke juridische route. Tegelijk bleef de behoefte aan een structurele, meerjarige oplossing bestaan.