Gerard Korthals liet zien hoe bokashi en andere organische bodemverbeteraars doorwerken in het levende deel van de bodem. Bij hogere doseringen werden duidelijkere veranderingen gevonden in de verhouding tussen schimmels en bacteriën en in de aaltjesgemeenschap. Aaltjes bleken soms gevoeliger te reageren dan de micro-organismen. De effecten veranderden bovendien met grondsoort, gewas, seizoen en moment van meten.

De bodem als levend voedselweb
Korthals begon met een rondleiding door het bodemvoedselweb: bacteriën, schimmels, springstaarten, aaltjes, wormen en grotere bodemdieren. Hij legde uit dat bodembiologie dynamischer is dan veel chemische metingen en dat de keuze wat je meet altijd moet aansluiten op de functie waarnaar je zoekt.
In intensief gebruikte landbouwbodems domineren vaak bacteriën, terwijl schimmels meer ruimte krijgen in minder intensieve systemen. Grondbewerking kan schimmelnetwerken telkens beschadigen. Wanneer organisch materiaal voortdurend wordt geoogst en afgevoerd, raakt de bodem bovendien uitgeput. Het terugbrengen van organische stof, bijvoorbeeld via bokashi of compost, werd daarom geplaatst in een breder verhaal over bodemherstel en het sluiten van kringlopen.
Schimmels, bacteriën en aaltjes reageren niet hetzelfde
De verschillen in totale microbiële activiteit waren vaak beperkt en niet altijd significant. De verhouding tussen schimmels en bacteriën liet op verschillende momenten duidelijker veranderingen zien, vooral bij hogere doseringen. De aaltjesgemeenschap reageerde nog gevoeliger. Bij organische-stoftoevoegingen namen bacterie-etende aaltjes geregeld toe, wat past bij tijdelijk meer voedsel in de bodem.
Hij benadrukte ook dat één bokashiproduct niet representatief is voor alle bokashi: recept, ingangsmateriaal en proces kunnen per maker en per jaar verschillen, terwijl het onderzoek bewust alleen het uiteindelijke effect volgde, niet het recept zelf.
Seizoenen en gewassen doen ertoe
Een meerwaarde van het programma was dat op meerdere momenten in het seizoen werd gemeten. Daardoor werd zichtbaar dat aantallen bodemorganismen gedurende het jaar kunnen pieken en dalen. Ook grondsoort en gewas speelden een rol. Trends in de bodembiologie waren op zand en klei vaak vergelijkbaar, maar gewasgroei en andere bodemeigenschappen konden anders reageren.
Bodemverbetering en opbrengst moeten samen worden bekeken
Bij bokashi en compost zonder aanvullende stikstof bleef de opbrengst op korte termijn ongeveer 10 tot 20 procent achter bij volledig bemeste behandelingen, maar lag wel duidelijk boven de geheel onbemeste controle. In de praktijk kan een boer dit binnen de gebruiksnorm bijbemesten en zelf afwegen wat de kortetermijnopbrengst waard is tegenover langetermijnbaten voor bodemstructuur, bodemleven en waterhuishouding.
De praktische boodschap was daarom maatwerk: organische stof terugbrengen kan het bodemleven ondersteunen, maar het moment, het gewas en de aanvullende bemesting bepalen mede het resultaat. De effecten zijn niet ieder jaar exact hetzelfde, en juist die dynamiek moet worden meegenomen bij de vertaling naar de praktijk.
