Plenaire afsluiting: trots op volharding en samenwerking
Aan het einde van de dag stond Frans Scheepens stil bij een bijzonder moment: zoals het er nu uitziet, was dit de laatste landelijke dag van Circulair Terreinbeheer in deze vorm. „Al staat het iedereen vrij om er volgend jaar zelf een te organiseren”, voegde hij eraan toe.
Meer dan tien jaar pionieren, onderzoeken en samenwerken kwamen samen in de afsluiting van deze landelijke dag. De vraag bleef hangen: was dit het einde, of juist een nieuw begin?
Joop Polvliet, directeur Openbare Werken van de gemeente Rotterdam, noemde zich vooral trots op de volharding van collega’s: “Er zijn veel mensen die hart en ziel in dit project hebben gestoken: van medewerkers van Reiniging en groenbeheerders tot aannemers en onderzoekers.”
Daarna kregen het transitieteam (Joyce Zuidam, Leon Claassen, Carolien van Eykelen, Joop van de Wiel, Wouter Lenferink, Astrid Meier en Amar Sjauw En Wa-Windhorst) en twee andere sleutelfiguren het podium: Joop Spijker en Marja Hamilton. Ieder vertelde waar hij of zij het meest trots op is.

Carolien noemde de samenwerking binnen en buiten de gemeente: “Binnen een aanbestedingsrelatie is zo’n langdurige samenwerking niet vanzelfsprekend, maar bij vragen over regelgeving en transitie bleven we elkaar vasthouden.”
Joyce (Rijkswaterstaat) blikte terug op haar eigen doorzettingsvermogen: “Soms heb ik mij als een enigszins driftig kind in de porseleinkast gedragen, maar we hebben wel een nieuwe taal ontwikkeld. En we hebben een kennisprogramma gemaakt waarin wetenschap en praktijk elkaar werkelijk ontmoeten.” Ze sprak de hoop uit dat de ministeries de resultaten nu oppakken.
Marja ging terug naar het allereerste begin: het idee om biomassa uit terreinbeheer in te zetten voor de landbouw, terwijl die stroom daar formeel niet vanzelfsprekend thuishoorde. “Daar was lef voor nodig, maar ook de bereidheid om ondanks tegenslagen door te blijven gaan.” Joop Spijker vulde aan: rond 2013 werd in de IJsselvallei een biomassa-alliantie ondertekend; het duurde daarna nog zeven jaar voordat het grote onderzoeksprogramma echt van start ging. Wouter zei geïnspireerd te zijn geraakt door dat lange doorzettingsvermogen: “Ik neem dat stokje graag over.”
Wederkerigheid kwam terug als rode draad: “Een lineaire economie draait om je ergens van ontdoen. Wederkerigheid betekent dat je iets aan elkaar overdraagt en het niet als afval behandelt, maar als een hoogwaardig product”. Dat werd zichtbaar gemaakt tot in de vormgeving: de magazines van CT werden gedrukt op graspapier, gemaakt van maaisel.
Astrid, die in Friesland mee aan de wieg stond van de Route Gebruik, bracht het onderwerp nog eenmaal terug: op 30 juni behandelt de rechtbank in Groningen de zaak van vier Friese gemeenten en BVOR, naar aanleiding van handhavingsverzoeken van twee jaar eerder. “Die gemeenten zijn ambtelijk en bestuurlijk samen blijven optrekken en hebben elkaar vastgehouden”, voor haar een sterk voorbeeld van de samenwerking binnen het programma.
De partners uit het onderzoek en de betrokken hogescholen werden bedankt, waarna alle begeleiders van de werksessies naar voren werden gevraagd en een fles perensap uit de Hoeksche Waard kregen.