10-10-2019 – Zijn er in Nederland reststromen biomassa die niet of niet optimaal worden benut? Die vraag stelde Dorette Corbey, van de Stuurgroep Routekaart Biomassa, de deelnemers aan één van de werksessies tijdens de bijeenkomst Kringlopen in de Praktijk.

Dorette Corbey startte de werksessie met een korte toelichting: ‘’Er is veel biomassa nodig om de klimaatdoelstellingen te halen. Maar: waar haar je al die biomassa vandaan? Is het verantwoord om dat te importeren uit het buitenland, waar ook klimaatdoelen moeten worden gehaald? Vandaar dat de landbouwtafel met het initiatief kwam om een routekaart ‘vergroting aanbod biomassa in Nederland’ te maken. Deze moet inzicht geven in de beschikbaarheid van stromen biomassa in Nederland voor allerhande toepassingen, in eventuele concurrentie tussen die stromen én in mogelijkheden om het aanbod te vergroten.’’

Voor het opstellen van de routekaart werd een stuurgroep opgericht, die Dorette leidt. Na vele gesprekken werden 3 hoofdroutes benoemd:

  • Een lokaal regionale route. Deze sluit aan bij de kringlooplandbouw en heeft tot doel om op zo klein mogelijke schaal alles wat er overblijft aan maaisel, oogstresten, etc. terug te geven aan de bodem of andere mooie producten.

  • Het aanplanten van nieuwe biomassa, zoals bos, zeewier, miscanthus of suikerbieten.

  • Het benutten van industriële reststromen. Deze stromen worden op zich goed gebruikt en er zijn niet zoveel onbenutte stromen. Afvalwater vormt hierop echter een uitzondering. Daaruit kunnen grondstoffen worden gewonnen, maar dat wordt nog op te kleine schaal gedaan.

Na haar intro, ging Dorette aan de hand van enkele vragen in gesprek met de deelnemers van de werksessie.

Wat valt typisch onder lokaal regionale route en wat niet?
Daarbij noemden de deelnemers GFT, bermmaaisel en voedselresten uit de stad. Er ontstond discussie over de cascadering van biomassa. “Oogst eerst maaisel, kijk of het gebruikt kan worden voor menselijke consumptie, voor diervoer, voor bodemverbetering of producten en vergist wat hiervoor ongeschikt is.’’

Welke kansen bieden houtachtige producten zoals takken, stronken en snoeihout?
‘’Het winnen van suikers en lignines is een interessante manier om deze houtachtige stromen te verwaarden. Maar de techniek is in ontwikkeling en nog niet klaar om echt te worden toegepast. Er komt heel veel bij kijken.’’
Een andere mogelijkheid is het composteren van de houtachtige stromen. ‘’Er wordt gezegd dat hout lastig composteerbaar is, maar dat is niet waar. Er zijn processen waarmee je puur hout kunt composteren en 90% in de bodem kunt vastleggen. Daarvoor moet je wel geduld hebben en het composteringsproces niet kunstmatig versnellen door actieve beluchting. Er ontstaat dan een hoogwaardige, stabiele compost. In de biologische landbouw is er een tekort aan.’’

Voedselresten als lokale stroom
Voedselresten worden nog niet optimaal benut. Maak daarvoor de kringloop zo klein mogelijk. “Wij (Buurtcompost) verwerken groenafval bijvoorbeeld lokaal in de wijk tot hoogwaardige compost, via een soort collectieve compostbak voor GFT. Die compost wordt weer afgenomen door de wijk. Het sociale proces zorgt voor kwaliteitsborging.”

Winnen van fosfaten uit rioolwaterzuivering
Hier liggen nog onbenutte kansen, maar het is de uitdaging om eerst de medicijnen uit het afvalwater te halen voordat er grondstoffen kunnen worden gewonnen. Mogelijk kan dat via ‘vermicomposting’. ‘’Daarbij wordt een rioolwaterstroom over laagwaardig hout gevoerd. In combinatie met wormen gaat het hout composteren, waarbij alle hormoonresiduen, pathogenen en bestrijdingsmiddelen worden afgebroken!’’

Blad
Dit blijkt een nog vrij onbenutte stroom te zijn, maar is een ‘supermateriaal’ voor bijvoorbeeld bokashi.

Slib en grond
Ook slib en grond uit bijvoorbeeld natuurgebieden is een onderbenutte grondstof, waarvan jaarlijks grote hoeveelheden vrijkomen. ‘’Kwaliteitsborging is uiteraard erg belangrijk, maar er liggen enorme kansen!’’