10-10-2019 – Als we splinternieuwe wet- en regelgeving mochten bedenken voor Circulair Terreinbeheer, wat zouden we dan willen regelen? En anticiperend op die situatie: hoe zou het beleid er vandaag dan uit moeten zien? Die vragen stonden centraal in een werksessie die plaatsvond tijdens de bijeenkomst Kringlopen in de Praktijk.

Kringlooplandbouw en Circulair Terreinbeheer
Jessica Thio (LNV):
“Circulair Terreinbeheer is een onderdeel van het programma Circulaire Economie en de transitieagenda Biomassa en voedsel. Kringlooplandbouw valt onder datzelfde programma Circulaire Economie.
Er ligt een visie, een uitvoeringsprogramma en een realisatieplan voor kringlooplandbouw. Bodembeheer staat daarbij centraal.
De omschakeling naar kringlooplandbouw lukt niet vanuit het Rijk alleen. Daarom zijn er bestuurlijke afspraken gemaakt met het programma Vitaal platteland, waarin rijk, provincie en gemeenten samenwerken.”

Uitgangspunten nieuw beleid
Herman Walthaus (I&W): We hebben zelf alvast nagedacht over mogelijk nieuw beleid. Wat moet er zeker in? Belangrijkste punten:
Het uitgangspunt voor Circulair Terreinbeheer moet van ‘nee, tenzij’ veranderen in ‘ja, mits’;
Circulair Terreinbeheer maakt deel uit van de Circulaire Economie, de relatie tussen die twee moet duidelijk worden uitgewerkt;
Het uitgangspunt ‘werken op kleine schaal waar het kan, en een grotere schaal waar nodig’ uit de Transitieagenda Biomassa en voedsel, is ook van toepassing op Circulair Terreinbeheer;
De discussie moet gaan over de invulling van de gewenste kwaliteitsborging bij kleinschalige toepassingen,”

Discussie gebiedsgerichte aanpak

Na de toelichtingen gingen de deelnemers van de workshop in discussie over de invulling van de ‘gebiedsgerichte aanpak’. Wat valt op? Enkele citaten:

Vragen en wensen over transportafstand
“De kwaliteit van het maaisel bepaalt wat je ermee kunt doen en dus ook de transportafstand. Als het maaisel niet geschikt is voor toepassing in het gebied zelf, maar wel voor verwerking in een fabriek (papier of bouwmateriaal) zijn grotere transportafstanden nodig.”

De invloed van het weer
“De regel dat gebiedsgericht werken op basis van inzicht in de kwaliteit van het maaisel gebeurt en waarbij de eindbestemming vooraf bekend is, gaat niet altijd op. In een nat seizoen moeten we maaisel inkuilen, en dan zijn er geïnteresseerden vanuit de vergistingsmarkt. In een droog seizoen kun je er hooi van maken, dat trekt andere kopers aan.”
“Afhankelijk van het weer heb je  te maken met een andere keten. Onze wens is het om maaisel te mogen opslaan en te conserveren. We willen op voorraad kunnen produceren.”

Waarde c.q. hoogwaardige toepassing
“Ik voorzie dat de vraag naar organisch materiaal snel groter zal worden dan het aanbod. Welke afnemer krijgt de voorkeur? Dat zou de boer moeten zijn.”
“Dat ideaal van die bodemverbetering is belangrijk, maar we hebben ook nog een Circulaire Economie draaiend te houden, en we hebben energievraagstukken. Je kunt niet voor de bodem produceren als daarvoor geen vraag is. Idealisme is leuk, maar we leven ook in de dag van vandaag.”
“Hoezo idealistisch: de gezondheid van de bodem is primair!”

Discussie kwaliteitsborging

Na het bespreken van de gebiedsgericht aanpak, bogen de deelnemers zich over kwaliteitsborging: waar zitten de grootste risico’s bij het toepassen van bodemverbeteraars?

Vertrouwen en transparantie
“Visuele inspectie is relatief gemakkelijk. Maar het gaat ook om dingen die je niet ziet: de chemische kwaliteit van de bodem. Op basis van bodemkwaliteitskaarten moet duidelijk zijn dat er geen verontreinigende stoffen in de bodem c.q. het maaisel zitten.”

Weten wat je hebt
“Gebiedsgerichte aanpak maakt kwaliteitsborging makkelijker.”
“Regionaal afzetten van maaisel kan voorkomen dat je problemen van buiten het gebied naar binnen haalt. Er gaat een bepaalde kwaliteitsborging uit van de huidige afstandsgrens van vijf kilometer. Externe risico’s komen in dat geval alleen nog van de wegen of de wateren die door het gebied heen stromen.”

Checklist, data en kwaliteitslabels
“Bij de provincie Overijssel zijn ze bezig met data-gestuurd maaibeheer. Sommige gemeentes hebben hun hele bermbeheer digitaal. De machinist die maait heeft die gegevens op de tablet.”
“De stedendriehoek Apeldoorn-Zutphen-Deventer hebben een bermbeheerplan laten maken met een biomassaparagraaf. Daarin staat per berm beschreven wat de waarde is.”
“ Bundel dit soort regionale informatie en maak die landelijk toegankelijk. Organiseer ook dat de analysedata die vrijkomen bij de pilots centraal gebundeld worden.”