10-10-2018 – Bijna 70 deelnemers waren op 17 september te gast bij Staatsbosbeheer op locatie Radio Kootwijk. Daar organiseerde het programma Circulair Terreinbeheer een bijeenkomst over het thema ‘Kringlopen in de praktijk’.

In het bijzondere gebouw van Radio Kootwijk draaide alles logischerwijs om frequenties en het zoeken van de juiste golflengte. De centrale vraag was: aan welke knoppen moet er worden gedraaid om kringlopen te sluiten? De boventoon werd gevoerd door discussies over waarde van biomassa en het maatschappelijke belang van een gezonde bodem. Daarbij werd praktijkkennis uit de pilots gespiegeld aan landelijke ontwikkelingen, zoals de visie Landbouw, natuur en voedsel, Kringlooplandbouw en de Transitieagenda Biomassa en Voedsel.  Het einde van de middag was er reflectie op de verzamelde oogst.

Highlights uit de werksessies; een verzameling van veelgehoorde opmerkingen

Maaisel, compost en bokashi moeten meer waarde krijgen om de kringloop te sluiten!
‘’Het benutten van maaisel als grondstof is nog niet lucratief genoeg. Het kost nu meer geld om van maaisel papier of een bodemverbeteraar te laten maken dan om het af te voeren. Zo krijg je de kringloop niet rond. Het gebruik van maaisel moet worden beloond en het afvoeren ervan moet worden gezien als verspilling!’’
‘’Het is krom dat composteerders geld ‘aan de poort’ krijgen (voor het afnemen van maaisel) en maar weinig aan de uitgang (voor het leveren van compost). Hoogwaardige compost heeft waarde! Maak daarbij onderscheid tussen verschillende categorieën, want compost is een verzamelnaam. Je zou een duidelijker classificatiesysteem moeten hebben, zodat een boer weet welke kwaliteit hij krijgt.’’

Een gezonde bodem is in ieders belang
‘’Op dit moment draait alleen de boer op voor (extra) kosten voor bodembeheer. Maar waterbeheerders en de maatschappij hebben er ook baat bij, denk maar aan klimaatadaptatie! Een gezonde bodem heeft een waarde op zich, die niet altijd in euro’s is uit te drukken.’’

Maak de kringloop zo klein mogelijk
‘’Gebruik materiaal van dichtbij, zorg dat aanbieders, verwerkers en afnemers elkaar kennen en kunnen aanspreken. Dat zorgt voor vertrouwen. Een kleine kringloop beperkt bovendien de risico’s en is eenvoudiger te handhaven.’’
‘’Voordat boeren compost van bermgras gaan gebruiken, willen ze 100% zeker weten dat de kwaliteit van de grondstof goed is. Waar komt het vandaan? Hoe zit het met onkruidzaden en invasieve soorten zoals knolcyperus en Japanse duizendknoop? Mocht het één keer fout gaat, dan gaat dat als een lopend vuurtje rond en zullen weinig boeren meer maaisel, compost of bokashi willen afnemen.’’

Omgaan met regelgeving
‘’Faciliteer Circulair Terreinbeheer door meer experimenteerruimte te bieden in de regelgeving.’’
‘’De huidige regelgeving is complex. Het is net een bord spaghetti, alle draadjes plakken aan elkaar vast. We kunnen het beter andersom benaderen. Wil je kringlooplandbouw? Ontwerp dan nieuwe regelgeving die daarbij past. Denk vanuit doelen en niet vanuit regels.’’

Sluit aan bij het Klimaatakkkoord
‘’In het Klimaatakkoord staat de ambitie om extra CO2 vast te leggen in de 1,85 miljoen hectare landbouwgrond in Nederland, door het verhogen van het organisch stofgehalte in de bodem.  ‘’Haak daarbij aan en zorg ervoor dat terreinbeheerders hun volumes maaisel strategisch inzetten.’’
‘’In Oostenrijk levert de opslag van koolstof geld op voor de boeren (verdienmodel). Boeren krijgen hier geld voor elke ton CO2 die ze aantoonbaar via organische stof in de bodem opslaan. Dat gebeurt met een systeem van certificaten. Er wordt gezocht naar een vertaling van het systeem voor Nederland.’’

Verbind conclusies en zorg voor goede communicatie
Meerdere keren kwam naar voren dat er zoveel pilots en onderzoeken zijn, dat veel boeren door de bomen het bos niet mee zien. Ze hebben geen tijd om zich door alle onderzoeksrapporten heen te worstelen. ‘’Het is belangrijk om conclusies te verbinden en die te delen. Een boer moet snel informatie kunnen vinden die voor hem zinvol is.’’
‘’De overheid kan regisseur hiervoor zijn. Breng informatie uit pilots en onderzoek bij elkaar, vat conclusies samen en maak deze toegankelijk’’.
‘’En spreek als overheid met één mond, zodat landeigenaren niet bij verschillende partijen langs hoeven voor regelgeving en uitvoering van Circulair Terreinbeheer.’’

Afsluiting

Na afloop van de werksessies ging dagvoorzitter Frans Scheepens in gesprek met vertegenwoordigers vanuit beleid en bestuur. Wat was voor hen de oogst van de dag?

Gebiedsgerichte aanpak en kwaliteitsborging
Herman Walhaus (I&W): “Als we dingen anders willen doen in het beleid moeten we dat doen binnen de waarborgen die er nu ook in het beleid ingebakken zitten. Er moet dus draagvlak zijn voor het beleid en de regels moeten uitvoerbaar en handhaafbaar zijn. Wat Circulair Terreinbeheer anders maakt, is dat je regionaal, binnen een gebied dingen wilt doen. Dat biedt je andere mogelijkheden om de kwaliteit te borgen en de risico’s te beperken, en te weten waar de stromen vandaan komen. Ik heb gehoord dat we daar op een andere manier invulling aan kunnen geven dan we nu doen.”

Jessica Thio (LNV): “Meest bijzondere was dat iedereen het erover eens was dat de toepassing van biomassa als bodemverbeteraar gezien moet worden als een hoogwaardige toepassing. Terwijl dat financieel gezien niet de meest aantrekkelijke optie is, want andere toepassingen leveren wellicht meer geld op. Voor de ontwikkeling van kringlooplandbouw is het draagvlak voor toepassing van biomassa als bodemverbeteraar een belangrijke stap.”

Value case is breder dan je denkt
Dirk-Siert Schoonman (Vallei en Veluwe):”Het gaat bij Circulair Terreinbeheer om de totale value case. We denken nog te weinig na over de brede maatschappelijke meerwaarde van biomassa als bodemverbeteraar. Voor de landbouw is het producerend vermogen van de grond belangrijk, maar voor het waterschap gaat het ook over het vermogen van de bodem om water te bufferen, om CO2 te binden en om mineralen vast te houden. Kortom: er zijn meerdere redenen waarom je zou willen dat de bodem beter functioneert.

Al snel ontstaat de vraag hoe die brede maatschappelijke waarde in een prijs tot uitdrukking kan komen? Maar als je het terreinbeheer afstemt op de verbeteren van de kwaliteit van het maaisel, dan gaat het daarbij dus niet alleen meer over een marktprijs voor maaisel, maar over de totale waarde van de bodem. Dat levert een verschil in denken op: euro’s (meer gewasopbrengst door bodemverbetering) versus maatschappelijke waarde (biodiversiteit, meerwaarde voor klimaatadaptatie). We zijn nog lang niet klaar met het rekenen, maar we moeten blijven beseffen dat het verbeteren van de bodemkwaliteit om meer gaat dan euro’s alleen.”