11-03-2020 – Op woensdag 19 februari 2020 organiseerde het Gelders Ondergrond Overleg (GOO) en de provincie Gelderland een bijeenkomst over het belang van het verhogen van organische stof in de bodem voor verschillende doeleinden zoals CO2 opslag, water vasthouden en bodemgezondheid.

Aan de bijeenkomst namen 75 geïnteresseerden deel. Aanleiding was de onduidelijke of verouderde regelgeving over producten die de bodem kunnen verbeteren en de wens om deze producten verder te kunnen opschalen.

Daarbij kwamen de volgende producten aan bod waarmee het organische stofgehalte van de bodem kan orden verhoogd:
– Bokashi door Jan Feersma Hoekstra van Agriton; agriton.nl
– Wormencompost door Arie Schoemaker van WCL Winterswijk; wclwinterswijk.nl
– Rioolslibcompost door Jan Feersma Hoeksta namens Peter Laan: faro-advies.nl
– Digestaat uit de mineralenfabriek (na vergisting mest) door Arjan Prinsen van Groot Zevert: groenemineralencentrale.nl;
www.systemicproject.eu; www.kunstmestvrijeachterhoek.nl
– Toevoegen van kleimineralen door Ruud van Uffelen namens provincie Gelderland
– Bodemleven beïnvloeden door stimuleren of toedienen mycorrhiza door Jaqueline Baar van SoilBest, soilbest.nl

Verdienmodellen nodig
Om de producten verder te kunnen opschalen zijn andere verdienmodellen nodig. In de bijeenkomst zijn 7 mogelijkheden daarvoor benoemd. De deelnemers hebben hierbij aangegeven welke mogelijkheid op korte termijn het beste haalbaar is.
Overheden kunnen dit soort ontwikkelingen via hun aanbesteding of pacht van terreinen stimuleren. Goede voorbeelden zijn de provincie Gelderland en waterschappen die bermmaaisel lokaal afzetten naar agrariërs. Daarnaast zijn er veel andere initiatiefnemers lokaal en soms individueel bezig om op een andere manier terreinbeheer en landbouw te bedrijven of deze te ondersteunen.

Het blijkt echter best lastig te zijn om zelfstandig (bv zonder subsidie) te kunnen overleven en/of te kunnen opschalen naar een goede businesscase. Het programma “Verrijkende landbouw”,  dat als linking pin is geïntroduceerd, onderscheidt twee problemen bij het opschalen:
– Opschalen betekent meestal ook meer organiseren. Hoe doen we dat en op welke schaal?
– Initiatieven lopen bij het opschalen tegen systeemkenmerken aan op hoger schaalniveau (het ‘regime’, de sectorale regelgeving).

Het Programma Verrijkende Landbouw, waarin ook  het kenniscollectief GOO actief is, vormt het startpunt voor een brede maatschappelijke samenwerking om te komen tot een nieuw landbouw- en landgebruikssysteem. Een systeem B dat ten opzichte van het huidige systeem (systeem A) een positief effect heeft op bodemgebruik en in verlengde daarvan op de bodemkwaliteit.

Regelgeving
Omgaan met regelgeving blijkt soms lastig te zijn. De gemeentes Apeldoorn en Berg en Dal bijvoorbeeld hebben een project met Bokashi, waarvan in regelgeving onduidelijk is of het gemaakte product kan worden uitgereden. Op de bijeenkomst is hier aandacht aan besteed. Het ministerie (zowel LNV als I&W waren aanwezig) blijkt van goede wil te zijn om de ontwikkelingen die passen in circulaire economie en kringlooplandbouw wel mogelijk te maken. Voor beide ministeries is het belang groot om het landgebruik naar de toekomst verstrekkend en structureel te veranderen en zo te zorgen voor een gezonde bodem voor het klimaat en de biodiversiteit.
Zolang de regels nog niet passend zijn lijkt experimenteerruimte een mogelijkheid te bieden. In de Achterhoek heeft ondernemer Groot Zevert hiervan met succes gebruik gemaakt om zijn producten (digestaat en kunstmestvervanger) te kunnen afzetten. Ook de regiodeals die lopen in grote delen van Gelderland kunnen worden benut om experimenteerruimte in te vullen.

Programma Circulair Terreinbeheer/Biomassa Alliantie
Vanuit Circulair Terreinbeheer/Biomassa Alliantie is er periodiek overleg met de ministeries om uiteindelijk te komen tot een aanpassing van het beleid en de wet- en regelgeving. Als onderdeel hiervan ligt er binnenkort een plan dat aangeeft hoe we tot die tijd kunnen omgaan met initiatieven om de bovengenoemde producten te kunnen gaan toepassen ten gunste van de bodem. Het is hierbij mogelijk dat er nog enige onderzoeken moeten plaatsvinden om de laatste eventuele risico’s van toepassing van de producten te beoordelen, waarvoor budget nodig zal zijn. Er wordt echter zoveel mogelijk geput uit bestaand onderzoek, ook uit het buitenland.

Monitoring
Een gemene deler voor de toepassing van verschillende soorten bodemverbeteraars is dat monitoring een belangrijk vereiste is om de werking en kwaliteit beter te onderbouwen. Vanuit de verschillende initiatieven zijn er diverse interessante onderzoeksresultaten gemeld. Zo blijkt uit meerjarige onderzoek van Agriton dat Bokashi een substantiële verbetering van het organisch stofgehalte ten opzichte van toepassing van compost oplevert. Bij digestaat/kunstmestvervanger is de besparing in CO2-uitstoot enorm ten opzichte van de traditionele productie van kunstmest. Bij het toevoegen van kleimineralen aan zand stijgt het organische stofgehalte en daarmee het watervasthoudend vermogen en de gewasopbrengst sneller en is er ook minder uitspoeling van nutriënten.

Meer aandacht voor bodemverbetering nodig
Om de initiatieven een stap verder te kunnen helpen, valt vaak de term ‘lobby’. Een van de middelen hiertoe is het ‘standpunt bodemverbetering’ van Circulair Terreinbeheer, wat kan helpen om het belang en de waarde van de bodem meer onder de aandacht te krijgen. Een groot deel van de deelnemers geeft aan het standpunt te onderschrijven, al moesten sommige deelnemers eerst meer uitleg hierover krijgen. Kortom: communicatie en lobby zijn belangrijke hulpmiddelen om verder gezamenlijk het verhaal te vertellen en stappen te kunnen zetten.

Circulaire regelgeving
Over circulaire regelgeving over bodemverbetering wordt al nagedacht. Een voorbeeld is het idee om de waarde van het toevoegen van klei of sediment op andere manieren te gaan wegen dan alleen chemisch. Nu kan dat niet, maar het afwegen van alle toegevoegde waarden past wel in de gedachte van de omgevingswet. Op grond van alleen de chemische toets is nu veel grond namelijk afval, dat laagwaardig wordt verwerkt. Daarmee worden ook de andere waarden zoals sterkere koolstofvastlegging op zandgronden weggegooid terwijl deze juist bij kunnen dragen aan de klimaatdoelstellingen en andere doelstellingen op het gebied van de circulaire economie.

Aan de andere kant uitten sommige deelnemers de zorg, of we niet teveel nieuwe regels erbij gaan krijgen die innovaties juist weer afremmen. Er zit bijvoorbeeld in de pijplijn dat er in de toekomst maar 1 soort mycorrhiza en 3 soorten bacteriën mogen worden toegevoegd aan bodem. Dat is veel te weinig, nu we weten dat bodemleven een grote rol speelt om de bodemfuncties te optimaliseren.

De presentaties van de 6 producten zijn in de kolom hiernaast te downloaden. Zijn er nog vragen? Stuur dan een bericht naar GOO@gelderland.nl