GOED LANDBOUWKUNDIG GEBRUIK

Circulair: Het toepassen van maaisel om het organische stof gehalte van de bodem te behouden en te verhogen en daarmee de fysische (structuur en watervasthoudend vermogen), chemische (beter vasthouden nutriënten) en ecologische (bodembiodiversiteit, ziektewerendheid, betere benutting nutriënten) aspecten van de bodem te verbeteren.
Daarbij wordt het op of in de bodem brengen van maaisel gedaan op een moment dat bodem en gewas daar zo min mogelijk last van hebben. Dus niet tijdens de groeiperiode van het gewas en niet wanneer de bodem bewerking slecht kan verdragen (bijv. als het te nat is). Ook wordt er een hoeveelheid opgebracht die past bij de behoefte van de specifieke bodem. Een vaak gebruikte hoeveelheid is 20 ton/ha. Hierbij wordt geur- en geluidhinder voorkomen.