Pieter van der Valk, agrariër en oprichter van Agricycling, vertelde hoe de bodem het vertrekpunt is voor kringlooplandbouw. “De bodem is van nature een recyclingsysteem. Door dat serieus te nemen, kun je integraal werken aan klimaat, stikstof, bodemkwaliteit, hergebruik én CO₂-opslag,” aldus Pieter. Samen met zo’n 200 collega-boeren in Friesland richtte hij een coöperatie op die reststromen zoals bermgras en slootmaaisel verwerkt tot hoogwaardige CMC-compost.
De coöperatie levert de compost, terwijl de boeren zelf verantwoordelijk zijn voor het uitrijden ervan. Elke stap in het proces wordt zorgvuldig geborgd, van vrachtregistratie en C/N-metingen tot temperatuurcontrole en toetsing aan de wettelijke compostnormen. Dit alles vereist een goede samenwerking tussen agrariërs, gemeenten en loonwerkers. Agricycling streeft naar een ‘bodemrantsoen’: maatwerkvoeding voor ieder perceel, gebaseerd op data.
Hobbels en uitdagingen
Ondanks de kansen zijn er in de praktijk enkele knelpunten, vooral op juridisch gebied. Een belangrijk knelpunt is de afvalstatus van bermmaaisel. De coöperatie werkt volgens de ‘route gebruik’-regel uit de Leidraad Afvalstoffen, en behandelt bermmaaisel in de hele keten als grondstof. Hierdoor valt het buiten de afvalstatus, wat ruimte biedt voor verdere bewerking en gebruik.
Bereiken van transitie
De landbouwbodem is het recyclend vermogen van de samenleving, aldus Pieter. Hij pleit voor een verschuiving van productie-maximalisatie naar optimalisatie van de bodem. “Wil je echt werk maken van maatschappelijke opgaven, maak dan kwaliteit leidend en je komt bij de bodem uit.”
Pieter’s boodschap is helder: begin klein, zorg voor kwaliteit, en laat het resultaat voor zich spreken. “Als wij kunnen bewijzen dat dit werkt — ecologisch, juridisch én financieel — dan kunnen we samen het systeem veranderen.”