Per 1 januari 2019 treedt de gewijzigde Vrijstellingsregeling plantenresten in werking. De gewijzigde regeling hanteert iets andere definities en vergroot bovendien de afstand waarover maaisel mag worden vervoerd van 1 tot 5 kilometer.

De gewijzigde regeling omschrijft bermmaaisel als: natuurlijk materiaal van in hoofdzaak plantaardige herkomst dat vrijkomt bij het maaien van grazige kruidenvegetaties, groeiend op wegbermen, langs of in watergangen en op waterkeringen en dat niet één of meer van de gevaarlijke eigenschappen als bedoeld in bijlage III bij de kaderrichtlijn afvalstoffen bezit.

Het begrip oogstrestanten uit de vorige versie van de regeling wordt vervangen door landbouw- en bosbouwmateriaal: natuurlijk materiaal van in hoofdzaak plantaardige herkomst, afkomstig uit de landbouw of bosbouw, dat niet één of meer van de gevaarlijke eigenschappen als bedoeld in bijlage III bij de kaderrichtlijn afvalstoffen bezit.

Verder wordt een nieuwe categorie toegevoegd aan de regeling, namelijk heideplagsel en maaisel: natuurlijk materiaal van in hoofdzaak plantaardige herkomst, afkomstig uit een natuurgebied, dat niet één of meer van de gevaarlijke eigenschappen als bedoeld in bijlage III bij de kaderrichtlijn afvalstoffen bezit.

Een andere belangrijke wijziging is dat de afstand waarover maaisel en heideplagsel mogen worden vervoerd om te worden toegepast voor bodemverbetering wordt vergroot van 1 tot 5 kilometer vanaf de plek waar het vrijkwam. Dit onder de voorwaarde dat het niet op de oogstplek zelf of op het aangrenzende perceel kan worden toegepast.

Download de Wijziging van de Vrijstellingsregeling voor een omschrijving van de exacte voorwaarden.

Lees de Vrijstellingsregeling waarvoor deze wijziging van toepassing is

Foto: waterschap De Dommel