16-04-2018 – Het kernteam Circulair terreinbeheer heeft de afgelopen maanden niet stil gezeten. Er zijn gesprekken gevoerd met de BVOR, er wordt een nieuw magazine (2.0) over circulair terreinbeheer voorbereid, samen met Stichting Milieukeur (SMK) wordt verkend wat de mogelijkheden zijn van een keurmerk en er wordt structureel overleg gevoerd met de Rijksoverheid.

Deze mededelingen werden gedaan tijdens de bijeenkomst Circulair Terreinbeheer, die op 16 april 2018 plaatsvond.  Astrid Meier van het kernteam Circulair Terreinbeheer opende de bijeenkomst. Ze was verheugd om veel bekende gezichten te zien en blij dat er ook weer nieuwe deelnemers te verwelkomen waren. Daaronder viel ook de BVOR, de branchevereniging voor organische reststoffen. “Wij zijn als programma’s onderling in gesprek vanwege gezamenlijke belangen. We gaan immers allebei voor een betere bodem in Nederland, en we bekijken nu hoe we elkaar daarbij kunnen versterken.”

Vervolgens meldde ze een uitbreiding van het programma Circulair Terreinbeheer met nieuwe thema’s: bodem, grond en slib. “Er loopt een verkenning naar uitbreiding van ons programma over maaisel. Wij zien grond en slib ook als waardevolle grondstoffen die vrijkomen bij terreinbeheer. Ook die grondstoffen kunnen we veel hoogwaardiger toepassen dan nu vaak gebeurt. Tegenwoordig wordt grond vanwege bouwtechnische redenen vaak afgekeurd, terwijl de grond best geschikt kan zijn voor andere doelen op het terrein.”

Derde terugmelding van Astrid betrof de aankondiging van een vervolg op het magazine De waarde van maaisel. ”Versie 1.0 is breed uitgezet en goed ontvangen. We zijn al door de tweede herdruk heen. In het tweede magazine komen nieuwe pilots met maaisels, maar ook nieuwe onderwerpen, zoals pilots met bodem, grond en slib. De 2.0-versie wordt na de zomer verwacht.”

Als vierde punt noemde ze de verkenning naar een mogelijk keurmerk voor circulair terreinbeheer. “We verkennen samen met Stichting Milieukenmerk de pro’s en contra’s van een keurmerk of een andere vorm van kwaliteitsborging. De vraag is of de voordelen groter zijn dan sommige nadelen.”

Tenslotte werd het structurele overleg met de ministeries genoemd: ”We zijn in regulier overleg met de ministeries van Infrastructuur en Waterstaat en met LNV. Die korte lijntjes ervaren we als prettig, vooral voor de pilots.”