Tijdens de sessie presenteerden WUR, HAS en Van Hall Larenstein de resultaten van hun onderzoek naar de werking en effecten van lokaal geproduceerde bodemverbeteraars. De resultaten tonen aan dat deze producten, met de juiste kwaliteitsborging, veilig toepasbaar zijn en kunnen bijdragen aan de bodemkwaliteit. Er zijn geen negatieve effecten gevonden.

De belangrijkste bevindingen zijn als volgt:

  • Organische stof. Hogere doseringen (vanaf ca. 40 ton/ha) van lokaal geproduceerde bodemverbeteraars kunnen op arme kleigrond leiden tot lichte toename van organische stof. Op rijkere zandgrond is het effect meestal beperkt.
    Na toepassing op de bodem werd er geen verschil waargenomen tussen de toepassing van compost en bokashi voor de opbouw van organische stof in de bodem.

  • Bodemleven. De effecten van lokale bodemverbeteraars zijn dynamisch en afhankelijk van factoren zoals locatie, bodemtype en beheer. Onderzoek op Vredepeel laat zien dat de microbiële biomassa en de aantallen aaltjes variëren gedurende het seizoen, met een piek in augustus. De toepassing van hoge dosering maaiselbokashi en, in mindere mate, keurcompost leidde zowel gedurende het seizoen als over een periode van vier jaar tot een significante toename van de microbiële biomassa in vergelijking met de toepassing van 100% stikstof.

  • Onkruiddruk. In tientallen proeven werd nauwelijks kiemkracht gevonden in goed geproduceerde producten. Ook werd geen toename van onkruid waargenomen. Soms was er juist een onderdrukkend effect zichtbaar op soorten als duizendknoop of ridderzuring. In de groenvoorziening kan een hoge dosering bokashi (als dikke mulchlaag) ook helpen tegen onkruid.

  • Watervasthoudend vermogen en infiltratiesnelheid. Bij lage doseringen bodemverbeteraars (ca. 20 ton/ha) lijken de effecten beperkt. Pas bij hogere doseringen (40 ton/ha of meer) zijn er aanwijzingen voor verbeterde vochtvasthouding. Dit wordt in het najaar van 2025 verder getoetst op proefvelden en bij 10 pilots, waarbij de vochtbeschikbaarheid voor planten bij verschillende pF-waarden wordt bepaald.

  • Risico’s voor mens en milieu. De toepassing van de lokaal geproduceerde bodemverbeteraars vormt geen risico voor gezondheid of milieu. De gehalten aan verontreinigingen (zoals zware metalen, plastic, steen, etc.) blijven ruim onder de wettelijke normen. De fractie azolen-resistente Aspergillus is zeer laag (op achtergrondniveau) en de toepassing van de bodemverbeteraars brengt geen extra risico met zich mee voor de verspreiding van deze schimmel.

  • CO2-uitstoot. Bij de productie van bokashi, inclusief de inzameling van biomassa en fermentatie, werd significant minder CO2 uitgestoten dan bij compostering. Langdurige opslag van natte biomassa vóór het maken van de bokashikuil kan echter leiden tot significante uitstoot, en moet dus vermeden worden. Voor de totale CO2-footprint van de totale keten (inclusief de gebruiksfase van bokashi) is het belangrijk te weten wat er na toepassing precies in de bodem gebeurt. Dit aspect is echter niet onderzocht in deze studie.

  • Landbouwkundige waarde. De lokaal geproduceerde bodemverbeteraars zijn géén meststoffen, aangezien de stikstof- en fosforgehaltes laag zijn. Zonder aanvullende bemesting kan stikstofimmobilisatie optreden, wat leidt tot opbrengstderving. In de praktijk zal echter elke agrariër aanvullend bemesten, en met bemesting op maat kan zelfs een lichte opbrengstverhoging mogelijk zijn.

Conclusie:

Na vijf jaar onderzoek zijn er waardevolle inzichten opgedaan over de effecten van bokashi en andere lokaal geproduceerde bodemverbeteraars. De producten hebben een neutraal tot licht positief effect op de bodemkwaliteit. Sommige processen, zoals de opbouw van organische stof en bodemleven, ontwikkelen zich echter traag. Dit betekent dat de effecten pas op langere termijn zichtbaar kunnen zijn.