Transitie in de praktijk (19/11 middag)

19-11-2018 – Wat betekenen landelijke ontwikkelingen op het gebied van de circulaire economie voor organisaties? En hoe kunnen medewerkers zelf bijdragen aan de transitie? In de middag van de bijeenkomst ‘Transitie met boerenverstand’ formuleerden de deelnemers concrete tips en acties om een stap verder te zetten op weg naar circulair terreinbeheer.

Vijf groepen van de in totaal 60 deelnemers discussieerden over de betekenis van de transitie naar een circulaire economie. Er stonden vier vragen centraal, die leidden tot tientallen antwoorden, tips, aanbevelingen en nieuwe vragen. Hieronder enkele bevindingen van alle groepen:

Wat betekenen landelijke ontwikkelingen voor mijn organisatie

Meerdere deelnemers geven aan dat de landelijke ontwikkelingen belangrijke onderwerpen agendeert. Dat ondersteunt de urgentie om te werken aan de circulaire economie en geeft momentum en stimulans. Daarbij wordt ook de aandacht voor een gezonde bodem en het belang van biomassa genoemd. Dat is essentieel voor (bestuurlijk) draagvlak! Verder bieden de landelijke ontwikkelingen ‘beleidsruimte’ en daarmee kansen en mogelijkheden.

Verder kan je circulair terreinbeheer niet los zien van andere landelijke ontwikkelingen, zoals het verminderen van de hoeveelheid afval. Een aanbeveling: zet andere modellen in om bermen schoon te krijgen, bijvoorbeeld door statiegeld en/of door scholen te betalen voor opruimwerk. Dan werk je aan bewustwording en geeft je mensen een handelingsperspectief. Laat zien met kleine voorbeelden dat anders denken anders doen werkt.

Hoe kan mijn organisatie bijdragen aan de invulling van deze landelijke ontwikkelingen?

Deze vraag leidde tot een waslijst aan antwoorden. ‘’We kunnen praktijkvoorbeelden laten zien, ruimte geven voor experimenten en een podium bieden.’’ ‘’We kunnen als organisatie zelf het goede voorbeeld geven, bijvoorbeeld door bij de aanbesteding rekening te houden met de biomassatoepassing.’’ ‘’We kunnen projecten faciliteren, stimuleren, subsidiëren of er in participeren’’.  Andere bijdragen: lobbyen (in Den Haag), verbinden, kennis ontwikkelen en delen, overzicht bieden (om te voorkomen dat het wiel opnieuw wordt uitgevonden), een leerproces organiseren en de burger betrekken. Er kan meer dan je soms denkt. Het is wel belangrijk dat bestuurders bewust ruimte en vertrouwen geven aan medewerkers, ook als er een keer iets fout gaat. Fouten maken moet, die brengen transitie in versnelling.

Wat is daarvoor nodig van mij?

In de antwoorden op deze vraag kwamen veel competenties naar voren, zoals creativiteit, inspiratie, vakmanschap, leiderschap, nieuwsgierigheid, durf, energie, geduld en nuancering.

Veel deelnemers hamerden verder op het belang van samenwerken, verbinden, integraliteit en partnerschap. Ook communicatie werd meerdere malen genoemd: durf anders te denken en te doen (wat het moeilijkste is wat er is) maar deel ervaringen en blijf mensen de materie en de urgentie uitleggen!

Wat heb ik nodig van anderen?

Met stip bovenaan antwoordden de deelnemers op deze vraag: kennis! Zij hebben bijvoorbeeld behoefte aan inhoudelijke kennis, informatie over bijvoorbeeld exoten en bodemvreemde stoffen, inzicht in mogelijkheden en indicatoren voor bodemkwaliteit. Het delen van kennis staat daarom hoog op hun wensenlijstje. Verder werd ruimte in wet- en regelgeving meerdere malen genoemd, alsmede een visie op doelen. Ook blijken veel deelnemers behoefte te hebben aan samenwerking met anderen, zodat de krachten kunnen worden gebundeld (samen sterk). Verder blijken dezelfde competenties te worden gevraagd van de partners als die de deelnemers van zichzelf verlangen, zoals creativiteit, enthousiasme, anders denken en lef. Om af te sluiten: ‘’Als je met elkaar wilt leren, moet je de vragen definiëren waarmee je zit en deze durven te stellen. De antwoorden komen dan vanzelf.’’

2019-02-15T10:33:42+00:00