Ruim 70 deelnemers bezochten op 7 juni 2022 de achtste landelijke bijeenkomst van het programma Circulair Terreinbeheer (CT), bij Wageningen University & Research in Lelystad. Centraal thema: wat hebben we nodig om de de focus te verleggen van het louter beschermen  van de bodem en het milieu naar het ook verbeteren ervan? Een impressie met een verwijzing naar de presentaties, als voorproefje op een  uitgebreider verslag, dat deze zomer volgt…

Opening

Dagvoorzitter Frans Scheepens (CT) opende de dag, waarbij hij in gesprek ging met personen die op verschillende manieren betrokken zijn bij circulair terreinbeheer.  Joyce Zuijdam (Rijkswaterstaat) zet zich al jarenlang in voor deze werkwijze en is lid van het CT- Transitieteam. Volgens haar vragen de vele opgaven waar we in Nederland voor staan – bijvoorbeeld droogte, wateroverlast, biodiversiteit, koolstofopslag en kringlooplandbouw – om een andere manier van omgaan met grondstoffen zoals maaisel en gras. Niet alleen het beschermen van de bodem is van belang, maar juist ook het verbeteren ervan! Download presentatie

Vervolgens ging Frans in gesprek met Bart van der Kolk (Groningen Seaports), betrokken bij het benutten van slib uit de Eems-Dollard. Hij lichtte toe dat er een opgave is om jaarlijks 1 miljoen droge stof slib uit het estuarium te halen en dat er meerdere toepassingen van deze grondstof in de praktijk worden uitgevoerd. Bijvoorbeeld: het verbeteren van arme zandgronden met een dun laagje sediment, het ophogen van dalende (veen)bodems met een dikke laag en het laten rijpen van slib tot klei die kan worden benut voor de aanleg van dijken. Wat er volgens hem nodig is om pilots op te schalen? Motivatie en durf om door te gaan, ondanks tegenslagen!

Tenslotte lichtte Pieter van de Valk (Agricycling en agrariër) het belang van de circulaire landbouw toe. Volgens hem is de landbouwbodem de enige plek waar echt gerecycled wordt en ligt daar de sleutel voor vele opgaven waar we nu voor staan. Vanuit die filosofie is hij – samen met andere agrariërs – begonnen met het maken van CMC-compost van bermmaaisel en slootmaaisel. Dit gebeurt volgens de route Voortgezet Gebruik. Om alles goed te regelen en te garanderen dat het materiaal schoon en onverdacht is, is de Stichting Agricycling opgericht. Inmiddels passen 72 boeren in Friesland deze vorm van circulair terreinbeheer toe en er zijn gesprekken met veel meer boeren in heel Nederland.

Workshop: resultaten 1e jaar CT-Kennisprogramma, beschermen

Paul Römkens, onderzoeker bij WUR,  gaf een toelichting op het CT-Kennisprogramma en de resultaten van 2021. Enkele bevindingen: wat betreft gehalten aan metalen en organische microverontreinigingen voldeden de geanalyseerde bodemverbeteraars grotendeels aan de eisen. Van de enkele monsters die niet voldeden waren de oorzaken veelal te verklaren door de herkomst van het maaisel en het blad. Römkens benadrukte dat bodemverbeteraars geen meststof zijn en dus anders moeten worden beoordeeld. Welk generiek effect de bodemverbeteraars op ‘de landbouwbodem’ hebben, is volgens hem nog niet te zeggen, omdat de omstandigheden tussen de proeflocaties en pilots daarvoor te veel verschillen. Wel volgden er uit de resultaten in 2021 enkele kleinschalig effecten op bodemleven en gewasopbrengst, die aan bod kwamen in de workshop hieronder.  Download presentatie

Workshop: resultaten 1e jaar CT-Kennisprogramma, verbeteren

Gerard Korthals (WUR) startte zijn presentatie met een toelichting op de bodembiologie. Elk jaar zetten bodemorganismen 50.000 kilo organische stof per hectare om! Zij verteren plantenresten en maken voedingsstoffen beschikbaar voor de plant. Uit het onderzoek volgt dat het toepassen van de lokale bodemverbeteraars vaak een positief effect had op de microbiologie, vooral op de proefvelden bij Lelystad (zavel). Verder had het toedienen van organische stof significante effecten op verschillende parameters binnen de aaltjesgemeenschappen. Wat betreft de gewasproductie: bij alle organische stoftoepassingen nam de productie (iets) af. Waarschijnlijk komt dit doordat het toegenomen bodemleven bij het verteren van de aangebrachte organische stof (tijdelijk) extra stikstof uit het systeem hebben vastgelegd. Deze stikstof komt later weer beschikbaar voor de planten. Download presentatie

Workshop: wat is er nodig voor voortgezet gebruik als route naar het nieuwe normaal?

In deze workshop gingen de deelnemers in gesprek met Joyce Zuijdam, Astrid Meier en Leon Claassen (allen lid van het transitieteam van Circulair Terreinbeheer) over de route voortgezet gebruik. Daarbij kwam eerst de pilotparadox aan bod. Daarmee wordt bedoeld dat pilots na afronding vastlopen op de huidige milieuwetgeving en mestwetgeving. Dit ondanks de positieve ervaringen, de beheersbaarheid van risico’s én het belang van circulair terreinbeheer voor de grote opgaven waar we in Nederland voor staan. Zolang er nog geen nieuwe – circulaire – wetgeving is, is het van belang om een verantwoorde weg te vinden om circulair terreinbeheer op korte termijn door te zetten. Voortgezet gebruik kan een tijdelijke oplossing vormen. De logica hierachter is dat het juridische afvalspoor niet in beeld komt als er een nuttige bestemming is voor maaisel, dus als iemand zich er niet van ontdoet, maar het gebruikt. Voorwaarden zijn: zekerheid van afzet, rechtmatigheid en hoogwaardigheid. Download presentatie

Workshops: opschalen: waarom & hoe dan?

Onder leiding van Frans Scheepens (CT) bogen de deelnemers zich eerst over het belang van het opschalen van circulair terreinbeheer. Hieruit volgden tal van redenen, zoals het sluiten van kringlopen, duurzaamheid en bodemverbetering (“we hebben de grond veel te lang verwaarloosd”).

Vervolgens gingen zij in gesprek over stappen die moeten worden gezet voor opschaling. Enkele conclusies: we moeten de resultaten die we nu hebben uitdragen naar omgevingsdiensten en (nationaal) beleid. Bokashi bijt niet. Verder kan de certificering van bokashi wellicht zorgen wegnemen, de checklist kan daarbij helpen. Het viel de deelnemers op dat er weinig agrariërs aanwezig waren tijdens de CT-dag. Hun belangen en rol moet meer naar voren komen!

Workshop: wat is er nodig om bokashi in de meststoffenwet te krijgen?

Harm Smit van het ministerie van LNV begon zijn presentatie met een uitleg over de Nationale Meststoffenwet. Deze stelt landbouwkundige en milieukundige eisen aan Organische Meststoffen en Compost. Bovendien moeten deze producten worden geadministreerd en gelden ze als input voor een agrariër. De meststoffenwet kent op dit moment geen bodemverbeteraars zoals bokashi.

Vervolgens lichtte Harm de EU-meststoffenverordening toe, die op 16 juli 2022 in werking treedt. Deze is van toepassing voor de handel in bemestingsproducten. Nieuw in de verordening is de categorie bodemverbeteraars, inclusief de eisen die hieraan gesteld worden.

De komende jaren moeten landen de verordening implementeren in hun nationale wetgeving. Mogelijk biedt dit ruimte om bokashi of het fermenteren van biomassa op te nemen in de Nederlandse mestwetgeving. Download presentatie

 Workshop: interactieve proeftuin CT Grond en Sediment: tools en pilots

In deze workshop gingen Shakti Lieten (CT) en partners van de Community of Practice Grond en Sediment in gesprek met deelnemers. Daarbij werden onder andere projecten besproken, waarin grond en sediment als bodemverbeteraars worden toegepast. Ook kwamen ondersteunende ‘tools’ aan bod, die de werkwijze en de besluitvorming kunnen ondersteunen (zoals de menukaart en enkele modellen). Volgens de deelnemers is het belangrijk om goed te weten wat een ontvangende bodem nodig heeft én wat er in het (aanbod van) grond en sediment zit. Deze moeten aan elkaar worden gekoppeld. Ofwel: “Bepaal het rantsoen van de bodem”.

Afsluiting door Dirk-Siert Schoonman

Dirk-Siert is voorzitter van de Biomassa Alliantie Ambassadeursgroep, dijkgraaf van Waterschap Drens Overijsselse Delta en bestuurder bij de Unie van Waterschappen. De Ambassadeursgroep is een (niet geformaliseerde) groep, die bestaat uit bestuurders van verschillende overheden en partijen. Het doel is om circulair terreinbeheer verder te brengen, door bijvoorbeeld knelpunten te bespreken in de verschillende (bestuurlijke) netwerken.

Dirk-Siert blikte terug op de dag. Het viel hem op hoe gemotiveerd de deelnemers zijn om de bodem en het milieu niet alleen te beschermen, maar ook te verbeteren. Volgens hem straalden de deelnemers de overtuiging en het vertrouwen uit, dat het circulair toepassen van  grondstoffen zoals maaisel en blad gewoon goed is en kán. Hij benadrukte echter ook dat degenen die denken vanuit het beschermen van het milieu (meestal vanuit de huidige wet- en regelgeving) er vaak anders naar kijken. Bij hen ligt de focus op mogelijke negatieve effecten en risico’s. Volgens Dirk-Siert is het – om circulair terreinbeheer verder te brengen – belangrijk dat er meer aandacht komt voor de voordelen ervan, zoals het sluiten van kringlopen en het verbeteren van de bodem. Niet denken vanuit beperkingen maar vanuit de kansen. “Dat neem ik mee naar de Ambassadeursgroep”, aldus Dirk-Siert.

Tot besluit gaf Dirk-Siert aan dat hij hoopt dat frustraties en belemmeringen de Ambassadeursgroep gaan bereiken. “Want als we met z’n allen circulair willen zijn, mogen we toch niet vastlopen op lineaire wet- en regelgeving?”