31-AUG-2017 – Ruim 50 deelnemers van overheden, bedrijven, natuurorganisaties en kennisinstellingen ontmoetten elkaar op 31 augustus te Arnhem. Zij wisselden informatie en ervaringen uit over het omgaan met maaisel als waardevolle grondstof. Een impressie..

 

Kennismaken en pilots toelichten

Het ochtendprogramma begon met een kennismakingsronde, waarin de aanwezigen hun betrokkenheid bij Circulair Terreinbeheer (CT) aangaven en eventuele pilots toelichtten. De meeste pilots richten zich op het toepassen van organisch materiaal als bodemverbeteraar (zowel kleine kringloop, compost en bokashi) en het produceren van biobased producten (o.a. verpakkingsindustrie, papier, biocompositietbankjes, beschoeiingen, duurzaam beton, isolatiemateriaal). Daarnaast kwamen projecten aan bod met regenwormencompostering, het verwerken van slib tot humus, het gebruiken van bermgras voor biovergisting, het herbestemmen van bagger, het hergebruik van bladafval en het verbeteren van de bodem in combinatie met de aanpak van invasieve exoten (Japanse Duizendknoop, Berenklauw).

Het starten van zo’n pilot is een kwestie van ‘’gewoon beginnen en vanzelf ervaren welke beren je op je weg tegenkomt’’, vertelt één van de deelnemers. Volgens een ander is het ‘’noodzakelijk om te kunnen omdenken. Niet vanuit de letter van de wet denken, maar vanuit de geest van de wet. Dat opent mogelijkheden’’.

Enthousiasme maar ook veel vragen

Uit de kennismakingsronde bleek dat de deelnemers enthousiast zijn over de toepassingsmogelijkheden van maaisel als waardevolle grondstof. Zij zien onder andere kansen om de bodemvruchtbaarheid en de sponswerking van de bodem te vergroten, de CO2 uitstoot terug te brengen (door minder vervoer van maaisel) en duurzame producten te maken. Bovendien draagt circulair terreinbeheer bij aan een het bereiken van een duurzame, circulaire economie, iets wat bij veel organisaties hoog op de agenda staat.

Toch zitten de meeste deelnemers nog vol vragen. Enkele voorbeelden: ‘’Hoe om te gaan met regelgeving en wat mag er nou precies wel en wat niet?’’ ‘’Wie helpt ons met het verwijderen van punaises?’’ ‘’Wat is de kans op de insleep van ziekten en onkruidzaden bij het toepassen van maaisel voor bodemverbetering?’’ ‘’Hoe kunnen we de kwaliteit van het maaisel toetsen; welke parameters zijn er geschikt voor monitoring?’’ ‘’Hoe gaan we er mee om dat de prijs van biobased producten zoals bankjes (nog) niet concurrerend is’’ ‘’Wat is de minimale grootte van een perceel om op lokale schaal compost en bokashi te maken?’’ ‘’Welke mogelijkheden zijn er voor het certificeren van maaisel en neem je daar ook het proces in mee, zoals de manier van oogsten?’’

Veel partijen blijken met dezelfde vragen te zitten en hebben dan ook behoefte aan het gezamenlijk delen en ontwikkelen van kennis.

Ook natuurorganisaties staan in principe positief tegenover CT. ‘’Maaien en afvoeren zorgt voor verschraling van gebieden en dat is goed voor de biodiversiteit.’’ Tegelijkertijd zijn ze kritisch. ‘’We moeten er wel voor zorgen dat de (natuur)functies van de te maaien gebieden in tact blijven. Voorkom dat er overal ‘’supergras’ gaat worden gekweekt, vanuit het idee dat dat meer waarde heeft als grondstof dan kruidenrijke natuurgraslanden. En houdt ook bij de methode van maaien rekening met de natuur!’’

Bespreken van het plan van aanpak

In de middag bespraken de deelnemers aspecten uit het concept Plan van Aanpak. Daarbij kwamen onderwerpen aan bod zoals: afspraken en taken van het kernteam, kennis en onderzoek, kwaliteitsborging, het bereiken van einde afvalstatus, planning en resultaten. Inmiddels zijn belangrijke resultaten van deze middagsessie verwerkt in een nieuwe versie van het Plan van Aanpak. Enkele opmerkingen uit het middagprogramma:

’’Er gebeurt al veel, maar we weten het niet van elkaar. We moeten meer aandacht besteden aan het delen van kennis en ervaringen, via bijeenkomsten zoals vandaag, maar ook via een digitaal platform. Het is toch zonde dat elk initiatief bij A begint en niet voortborduurt op een ander initiatief dat bijvoorbeeld al bij K is. Er is bovendien al veel bestaand onderzoek, bv van het Louis Bolk Instituut, waarvan lang niet iedereen weet heeft. Ook dat soort kennis moeten we delen.’’

Er is veel discussie over te meten parameters. Sommige deelnemers vinden dat alleen de kwaliteit van het maaisel zou moeten worden bepaald. ‘’Laat zien dat het in principe schoon en gewoon uitstekend materiaal is. Ondernemers zijn vervolgens aan zet om de grondstof verder te brengen.’’ Anderen vinden dat je ook informatie moet verzamelen om de waarde hard te maken. Denk bijvoorbeeld aan extra oogstopbrengst, toename van het poriënvolume in de bodem, een afname van de noodzaak tot beregenen. Waarbij direct wordt opgemerkt dat de waarde uit meer bestaat dan harde getallen; het benutten van maaisel als grondstof draagt bijvoorbeeld ook bij aan ‘grotere’ belangen zoals circulaire economie, duurzaamheid, biodiversiteit, etc.

De deelnemers zijn het er wel over eens dat de kosten van de metingen niet de pan uit mogen rijzen en dat er in de verschillende pilots zoveel mogelijk dezelfde parameters worden gemeten.

Juridische aspecten

Het toepassen van maaisel is gebonden aan allerlei regels; dat geldt dus ook voor de pilots die in het kader van het Programma Circulair Terreinbeheer (CT) gaan plaatsvinden. Het kernteam werkt aan een beknopte samenvatting van de juridische aspecten. Wat mag er nou wel en wat niet? Deze samenvatting zal z.s.m. worden gedeeld met alle deelnemers van de bijeenkomst. Enkele belangrijke onderdelen hiervan:

  • De Vrijstellingsregeling zal worden aangepast. Op dit moment staat de maximale transportafstand van maaisel op 1 km, maar dit zal (waarschijnlijk nog in 2018) worden uitgebreid tot 5 km. Vraag is of dit voldoende is voor het uitvoeren van de pilots.

  • Er lijken openingen te zijn in de discussie of het op het erf benutten van maaisel voor compost en bokashi onder de vrijstellingsregeling valt (zoals dit het geval is voor het aanbrengen van maaisel, ofwel toepassen in kleine kringloop). Hetzelfde geldt voor het bijmengen van mest; hoewel dit in principe niet is toegestaan, wordt er voorzichtig over uitzonderingen gesproken indien dit in een gesloten kringloop op het bedrijf gebeurt.

Voor het uitvoeren van pilots is experimenteerruimte nodig binnen de huidige wet- en regelgeving. Alleen dan kan er kennis worden opgedaan over de toepassingsmogelijkheden en kan er een goed kwaliteitsborgingssysteem worden opgezet. Het aanvragen van ‘einde afvalstatus’ voor elke pilot is een manier om deze experimenteerruimte te verkrijgen; hiermee is een begin gemaakt in het middagprogramma van de bijeenkomst.

Grondstoffenakkoord

Maar alvorens de deelnemers achter de laptops plaatsnamen, gaf Jan IJzerman (lid Overlegorgaan Infrastructuur en Milieu) een korte toelichting op het Grondstoffenakkoord en de Transitie-agenda’s die nu geschreven worden. Dit heeft veel relaties met Circulair Terreinbeheer (CT). Onderwerpen in het akkoord zijn hoe barrières in regelgeving kunnen worden geslecht en hoe kan worden omgegaan met vergunningverlening en handhaving. Er zijn ‘vier smaken’ voor grondstoffen: het is afval, het is einde afval, het is een bijproduct of het is ‘niet afval’.

Vanuit het Grondstoffenakkoord, dat door meer dan 300 partijen is ondertekend, is een voorstel aangeboden aan de Tweede Kamer en de onderhandelende partijen. Als het wordt aangenomen, zullen de erin beschreven maatregelen worden geïmplementeerd en komen er meer vrijstellingen voor grondstoffen dan nu het geval is. Mogelijk worden stappen uit het Plan van Aanpak GT dan ingehaald door de actualiteit.

Online aanvragen van ‘einde afval’ status

In de middag bogen de deelnemers zich over de Webtoets Afval of Grondstof (www.ishetafval.nl). Met deze toets kunnen terreinbeheerders of bedrijven via een zelf uit te voeren beoordeling een indicatie krijgen of een stof, preparaat of voorwerp afval is of bijvoorbeeld een bijproduct. Het is de bedoeling dat organisaties voor de pilots waarbij zij betrokken zijn vervolgens een rechtsoordeel aanvragen over het verkrijgen van ‘einde afvalstatus’ voor maaisel. Dit biedt de (juridische) ruimte die nodig is om te experimenteren en kennis op te doen.

In twee groepen doorliepen de deelnemers een proeftoets, voor het toepassen van maaisel voor respectievelijk bodemverbetering en biobased producten. Hieruit bleek dat het niet altijd duidelijk was hoe vragen uit de toets moesten worden geïnterpreteerd en welke informatie precies nodig was. Ook is het niet duidelijk of alle partijen die bij een pilot betrokken zijn de webtoets moeten invullen, of dat slechts één partij voldoende is. Het kernteam CT heeft de vragen verzameld en naar de Helpdesk Afvalbeheer gestuurd, die inmiddels antwoord hebben gegeven.

Het is de bedoeling dat het online aanvragen van ‘einde afvalstatus’ symbolisch van start gaat op de feestelijke bijeenkomst van 12 oktober (de formele start van het Programma CT). Deelnemers wordt gevraagd om hun aanvragen zoveel mogelijk met elkaar te delen, zodat niet iedereen opnieuw het wiel hoeft uit te vinden. Indien er meer vragen zijn bij het invullen, kunt u contact opnemen met info@circulairterreinbeheer.nl.

Tenslotte

Aan het einde van de dag toonden de deelnemers zich tevreden. Vooral de uitbreiding van het netwerk en het uitwisselen van informatie en ervaringen werden gewaardeerd. ‘’Het is zo zonde als het wiel meerdere malen wordt uitgevonden. Door van elkaar te leren kunnen we circulair terreinbeheer een stap verder brengen’’, vatte één deelnemer het bondig samen. Enkele andere opmerkingen: ‘’Het is verrassend hoeveel mensen met hetzelfde thema bezig zijn, dat geeft steun. Ik ga na vandaag zeker wat mensen opzoeken!’’ ‘’Het was nuttig; ik ben veel wijzer geworden over wat er allemaal komt kijken bij het behandelen van maaisel als grondstof. Maar ik zit nog vol vragen.’’ ‘’We moeten vooral pilots uitvoeren en niet in de fuik lopen van juridische belemmeringen. Maaisel is een gewoon een goed en natuurlijk materiaal!’’

Ten besluit bedankte projectleider Joyce van Zuijdam, lid van het kernteam, alle aanwezigen. Nieuwe partijen worden van harte uitgenodigd om ook lid te worden van de Biomassa Alliantie. Belangstellenden kunnen daarvoor een mail met sturen naar info@circulairterreinbeheer.nl.